{ APRAPAPA }
| ASPEKTI | DESKRIPSYON |
|---|---|
| Woord: | APRAPAPA |
| Betekenis | Nederlands: appelmoes Engels: Applesauce |
| Woordvorming | Hoofdcategorie: beschrijvende samenstellingen subcategorie: SANI |
| Discriptieve betekenis | Aprapapa verwijst naar fijngekookte en geprakte appel, zacht en vaak licht zoet van structuur. Het is een voedingsmiddel dat ontstaat door appels te koken en tot een gladde of licht grove massa te verwerken, gegeten als bijgerecht of nagerecht. |
| Taalbron | Samenstelling van bestaande Sranan-woorden: apra (appel) en papa (pap, zachte voedselmassa). |
| Etymologie | Transparante beschrijvende samenstelling van apra (appel) en papa (pap), verwijzend naar de zachte consistentie van verwerkte appel. |
| Fonetische gelijkenis: | Geen directe ontlening; intern gevormd binnen het Sranan-systeem. |
| Samenstelling | Aprapapa = apra (appel) + papa (pap / zachte massa, moes) |
| Woordsoort | Zelfstandig naamwoord |
| IPA | /a.praˈpa.pa/ |
| Fonetiek (uitspraak voor het oor) | A-pra-PA-pa (klemtoon op de tweede PA). |
| Gebruik | Aprapapa wordt gebruikt om appelmoes aan te duiden, zowel huisgemaakt als industrieel bereid, vaak gegeten bij warme maaltijden of als zacht voedsel voor kinderen of ouderen. |
| Voorbeeldzin | “A mama meki aprapapa gi a pikin.” |
Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115
